
Rubriek Goes Gezien: Openluchtmuseumpje (1)
Algemeen 85 keer gelezenVandaag en over veertien dagen ben ik uw suppoost en mijn kleindochter is mijn assistent. We nemen u mee naar het – zoals ik het oneerbiedig noem – Openluchtmuseumpje van Goes, op de binnenplaats van het museum aan de Singelstraat (dus niet te verwarren met de Manhuistuin ernaast). Het wordt wel het museumplein(tje) genoemd, maar ook weeshuistuin, want dat was het tot 1940. Je komt er door het fraaie weeshuispoortje en je kunt er acht authentiek-historische stenen bekijken. Plus drie bonusobjecten!
Door Arend van der Wel
Meteen links na het poortje hangt een forse gedenksteen: ‘Deze gasfabriek gaf het eerst licht den 30 julij 1860’, met daaronder de namen van betrokken notabelen en de Utrechtse architect. Deze gasfabriek stond aan de Westhavendijk, ongeveer op de plek waar nu AH is, en fabriceerde gas uit steenkool tot halverwege de jaren ’50. Boven deze steen hangt – ietsje zichtbaar op de foto – als eerste bonus een eigentijdse gaslamp van firma De Nood uit Middelburg, die het ’s avonds zodra het donker wordt ook echt doet, op museumgas. Als Goes in 2050 gasvrij is, zal er vast wel een andere energiebron voor deze fraaie lamp verzonnen zijn, een initiatief van StichtLicht in 2005.
Links ’t hoekje om en we zien twee grote eerste stenen van meestoven (‘fabrieken’ voor de rode kleurstof meekrap). Boven die van meestoof Holland uit 1817, die nu het kantoor annex werkplaats is van maatschap De Wilhelminapolder in Wilhelminadorp. Dat gebouw ontbeert dus de eerste steen; als dat maar goed gaat! Het gaat goed, kan ik u verzekeren, want de kantoor-meestoof heeft nu een tweede eerste steen, ‘opnieuw geplaatst’ in 1994 tijdens de restauratie, met dezelfde eerste regel als de originele. Toch wel wonderlijk en interessant! De onderste eerste steen is van meestoof Reigersberg (1870) uit Rilland. Op de foto tussen lantaarnpaal en boom staat op een gemetselde sokkel een Goes’ stadswapen. Zoiets heet een wapensteen en is afkomstig uit een gesloopt gemeentegebouw, zoals wellicht een stadspoort. Op de achterkant van deze sokkel staat een enorme steen met het jaartal 1624, afkomstig uit de in 1862 gesloopte Ganzenpoort bij de Stenen Brug.
Maar laten we die monumentale boom op de foto niet vergeten: bonus twee. Het is een witte paardenkastanje, geplant in 1922. De lelijke beschadiging – een zware jeugd gehad? – is ‘door de boom zelf mooi ingekapseld’, aldus een bomoloog. Deze kastanjeboom levert kastanjes, dus is hij niet van de ondersoort ‘baumanni’, die in 1822 is gekweekt. De witte paardenkastanje die in de Manhuistuin staat, nog monumentaler en dertig jaar ouder, is wel zo’n soort: steriel, dus geen vruchten, maar wel dubbele bloemen.
De museale stenen hier zijn afkomstig uit de collectie van het Historisch Museum de Bevelanden, aangevuld met wat objecten van het gemeentearchief, die toen het archief nog in de Wijngaardstraat huisde (in het huidige hotel van Katoen), buiten in een steegje geparkeerd stonden. Wat moeten we er mee, dachten de archiefmensen toen ze in 2005 verhuisden naar ‘onder’ het Stadskantoor. De banden met het museum waren nauw, en zo kwam het idee naar boven borrelen om de stenen netjes op het pleintje achter het museum ten toon te stellen, dan had de Goese goegemeente er ook nog wat aan. Volgende keer bekijken we nog drie serieuze objecten plus één bonusobject. En dan peinzen we ook wat over de toekomst.




















