
Praten over verlies zonder taboe: In september start Rouw- en Verliescafé
Algemeen 151 keer gelezenHeinkenszand – ‘‘Die eerste drie weken na een uitvaart: dan komt er nog eens iemand met een bloemetje of een soepje, maar op een gegeven moment… blijf je toch alleen.’’ Dat zijn de woorden van Deborah van Toledo (51) uit Lewedorp. Wie een geliefde moet missen, zal die eenzaamheid herkennen. Deborah merkt dat er nog altijd een taboe rust op praten over de dood. Om dat te doorbreken, start ze samen met Jan Kole (67) uit Heinkenszand het Rouw- en Verliescafé.
Door Hanna Ippel
Het Rouw- en Verliescafé begint op 3 september en zal eens in de veertien dagen plaatsvinden op donderdagmiddag tussen 14.00 en 16.00 uur. Het is gratis bij te wonen in de bibliotheek in Heinkenszand. De persoonlijke aanleiding voor het café verschilt bij Deborah en Jan, maar hun doel is hetzelfde: het gesprek over verlies toegankelijker maken.
Het gesprek over de dood
Deborah rolde via haar liefde voor oude Volkswagens de uitvaartwereld in. Inmiddels rijdt ze met haar aangepaste VW-bus rouwritten. Ze noemt het ‘‘een eer om een mooie laatste rit te mogen verzorgen.’’
Tijdens de vele uitvaarten die ze bijwoont, komt ze vaak in gesprek met nabestaanden. Soms zit Deborah een uur met iemand in de auto tijdens een rit naar een andere provincie. ‘‘Soms zijn het gesprekken over koetjes en kalfjes, maar soms ook over diepere dingen.’’ Vanuit haar Rotterdamse jeugd heeft ze praten over de dood nooit als een taboe ervaren. ‘‘Ook door een stukje humor dat wij hadden.’’ In zowel haar werk als in haar privéleven ziet Deborah hoe verschillend mensen omgaan met verlies. ‘‘Sommigen regelen alles heel praktisch en dan slaat de modus ineens om.’’ Ze merkt dat niet iedereen openstaat voor het gesprek over de dood. ‘‘Je kan het wel stimuleren om iemand eens te laten na te denken over hoe je het zou willen. Maar je moet ook respect hebben als iemand dat niet wil.’’ Volgens haar is het ‘‘heel wisselend’’ hoe mensen reageren. ‘‘Sommige mensen schrikken als je het erover hebt. Toch gaan we het allemaal een keer meemaken.’’
Praktisch regelcircus
En als je het dan meemaakt, ‘‘moet je zorgen dat je het goed geregeld hebt,’’ benadrukt Jan. ‘‘Ik heb zelf alles fantastisch geregeld, want mijn hele crematie staat al vast.’’ Het zijn grote woorden, maar dat Jan alles heeft vastgelegd, komt voort uit zijn eigen ervaring. Veertig jaar was hij samen met zijn vrouw. Toen zij overleed, bleef hij alleen achter. En dat was moeilijk. Hij ‘‘liep overal tegen een muur aan.’’ Voorheen deed zijn vrouw altijd de financiële zaken.
Na haar overlijden moest hij ineens alles zelf regelen: de administratie, het opzeggen van accounts, ‘‘noem maar op.’’ Het praktische regelcircus viel Jan zwaar. Hulp via zorginstanties liet maanden op zich wachten. In die tussentijd viel hij in een gat. Vrienden vroegen in het begin nog wel hoe het ging, ‘‘maar dat hield op een gegeven moment op.’’ Die vraag zou je overigens niet moeten stellen vindt Jan: ‘‘Hoe denk je zelf dat het gaat?’’ Via een welzijnswerker van gemeente Borsele kreeg hij uiteindelijk ondersteuning. Inmiddels heeft hij zijn leven zonder zijn vrouw weer op de rit.
Een plek voor wie achterblijft
Juist door zijn eigen ervaring voelt Jan nu een sterke motivatie om anderen te helpen die hetzelfde meemaken. Deborah had al een tijdje het idee voor een praatcafé over rouw. Via de welzijnswerker kwam ze in contact met Jan. Zo ontstond hun initiatief voor het Rouw- en Verliescafé. Deborah en Jan willen een laagdrempelige plek bieden waar mensen hun verhaal kwijt kunnen, praktische vragen kunnen stellen of even niet alleen hoeven te zijn. Het gesprek moet er zijn om ‘‘een stukje openheid te bieden en een stukje taboe ervan af te halen,’’ aldus Deborah.
Het rouwcafé is voor iedereen die rouw beleeft. ‘‘Er staat ook geen tijd voor,’’ zegt ze over rouwverwerking. ‘‘Als je die vier seizoenen van het eerste jaar hebt gehad, ben je al een heel eind. Maar sommige dingen blijven gewoon: een liedje op de radio of een opmerking.’’ Of het café een serieuze, zwaarmoedige sfeer heeft? Dat ontkennen Deborah en Jan meteen.
‘De koffie met cake mag wat luchtiger.’
‘‘Je kan bij ons ook terecht voor een grap en een grol als je dat wil,’’ vertelt Jan. Hij vindt het fijn dat Deborah op latere leeftijd in de uitvaart is gaan werken en ‘‘met de tijd mee is gegaan.’’ ‘‘De koffie met cake mag gewoon wat luchtiger,’’ bevestigt Deborah. Door werk en leeftijd hebben ze vele uitvaarten meegemaakt en zijn ze wel wat gewend.
Het gratis Rouw- en Verliescafé is niet alleen bedoeld voor wie een partner, kind of ander dierbaar persoon heeft verloren. ‘‘Je kan hier ook terecht als je je eenzaam voelt, of als je ergens tegenaan loopt. Je bent altijd welkom voor een gesprek,’’ aldus Jan. De drempel moet zo laag mogelijk zijn, vinden hij en Deborah. ‘‘Of je nu je echtgenoot bent kwijtgeraakt, je dochter, je hond… je kan hier gewoon binnenstappen.’’
En goed om te weten: ‘Hoe gaat het’ is niet de eerste vraag aan wie het café bezoekt.




















