
Rubriek Goes Gezien: Openluchtmuseumpje (2-slot)
Algemeen 111 keer gelezenDe vorige keer bekeken we vijf ‘oude stenen’ op het pleintje achter het museum aan de Singelstraat. Nog drie serieuze museale objecten en één bonusobject te gaan. Na de kastanje links om de hoek staan op een gemetselde verhoging twee gevelstenen, zoals de foto laat zien. De rechtse, een grote gans, is de gevelsteen van brouwerij De Gans in de Wijngaardstraat (1644-1902). Links staat de steen die mijn kleindochter toch echt de mooiste hier vindt: de gevelsteen van de Goese meestoof De Liefde, die in 1700 aan het havenkanaal werd gebouwd. Daar stonden ook de meestoven De Zon en De Mane. De liefde spat van de ietwat verkleurde gevelsteen af: een moeder met drie kindertjes. Mijn kleindochter liefkoost ze. In een gewoon museum mag je niet met je vingers een kunstwerk strelen, hier wel.
Door Arend van der Wel
Rechts achterin, niet op de foto, staat iets wat uw suppoost en zijn assistente aanvankelijk met de mond vol tanden doet staan. Mijn kleindochter voelt haarfijn aan dat hier ‘iemand’ uit de toon valt. Een sokkel met daarop een steen met een gans en het jaartal 1805 – niks mis mee, al is de herkomst duister. Maar daarbovenop staat ineens een Grieks-Romeinse buste met een markante kop: een keizer, een filosoof? Ooit gekocht in een tuincentrum? Goes mag het weten! Na enige navraag komen we erachter dat deze Julius Caesar – wel zonder lauwerkrans – een grap was van een omwonende (burgerlijke betrokkenheid!), die des keizers kop in het begin ook nog had voorzien van ’s avonds oplichtende rode oogjes. In overleg met de uitbater van het aanpalende restaurant De Stadsschuur (nu tapasbar Segundo), die zich zorgen maakte om de eetlust en het welzijn van zijn clientèle, gingen de oogjes voor altijd toe. Dit was de derde bonus, bovenop de achtste authentieke museale steen.
Toen in 2005 de acht museale stenen hier werden geplaatst, werden er wat sokkels voor gemetseld. En daar bleef het verder bij; geen bordjes met uitleg, geen latere uitbreiding met nieuwe oude stenen. Op de website van het museum is er wel - na enig zoeken - wat informatie over het ‘museumpleintje’ te lezen (overigens wel wat minder dan in deze twee afleveringen van uw geliefde rubriek). Uw suppoost en zijn assistente zien voor dit fraaie pleintje toch meer mogelijkheden. Het aantal objecten uitbreiden – ik weet nog wel een mooie eerste steen te staan in een voortuintje – en wat simpele bordjes met uitleg ophangen. En zo mogelijk een doorgang maken naar de belendende Manhuistuin, zodat een heerlijk openluchtig museaal rondje gewandeld kan worden. Veel musea hebben een tuin of binnenplaats waar tijdens het luchtje scheppen ook nog wat oude spullen bekeken kunnen worden. Museum De Lakenhal in Leiden, bijvoorbeeld, heeft alle muren van de entree-binnenplaats volgehangen met gevelstenen en dergelijke. Overdaad schaadt, inderdaad, maar iets meer geeft sfeer.
Volgende week zaterdag is het weer Open Monumentendag, met deze keer als thema ‘Veerkrachtig erfgoed, in tijden van onzekerheid’. Loop die dag ’s langs de hier beschreven stenen op het museumpleintje en vraag aan iedere medewerker/suppoost van de gemeente of het museum die u maar tegenkomt op een veerkrachtige, niet onzekere toon: ‘Wat leuk, dat museumpleintje! Valt daar nou niet wat meer van te maken?’




















