
Rubriek Bevelands Heem: Vakantie in de vorige eeuw
Algemeen 107 keer gelezenOp 9 april 1924 wordt er vanuit Goes een ansichtkaart gestuurd naar Ko en Dien Dhont in Halfweg. Het is een kaart met het stadhuis van Goes op de Grote Markt, een paar kinderen poseren voor de fotograaf. In een krabbeltje staat er nog ergens “De nieuwste opname van het stadhuis.” De ondertekening is “hartelijke groeten van Pa.”
Door Frits de Kaart
Pa is Jan Carel Dhont (1855-1943), hoedenmaker en winkelier in de Lange Kerkstraat in Goes. De kaart stuurt hij naar zijn jongste zoon en schoondochter Johannes Cornelis Dhont, geboren op 27 juni 1893 te Goes en zijn vrouw Dina Alijda Papegaaij, geboren op 19 februari 1901 te Zwanenburg. Ze wonen in het Noord-Hollandse Halfweg. Beide dorpen liggen nu in de gemeente Haarlemmermeer onder de rook van Luchthaven Schiphol.
J.C. Dhont, roepnaam Ko, heeft zijn geboortestad Goes verlaten en is ambtenaar op het ministerie van financiën. Hij is daar ‘employé Grootboeken der Nationale Schuld’. Een instelling ingesteld door Koning Willem I in 1814 om de lege staatskas na de tijd van de Franse overheersing te vullen. Eigenlijke een soort staatsleningen waarop de deelnemers een vast bedrag aan rente kregen uitbetaald.
We lezen “Ik schrijf even een briefje met een vraag of je met Paaschen komen. Het is wel veel reisgeld maar nu zijn er vacantiekaarten en misschien kunnen je Donderdagavond al omdat de goede Vrijdag er in valt.” Blijkbaar hadden de spoorwegen goedkope reiskaarten in de vakanties.
Op een andere kaart lezen we ook al over ‘vacantiekaarten’ die op 1 juli zijn uitgegeven. Ook een ambtenaar die de nationale schuld moest bijhouden moest op de kleintjes letten. Van de hoedenfabrikant uit Goes komen we meer vakantiekaarten tegen. Zoals van een fietstocht in 1920 op de zeedijk naar Hansweert.
Deze kaart was geadresseerd aan de familie Papegaaij te Amsterdam, de ouders van Dien: “Het is nu maandagavond, wij zijn goed aangekomen en hebben vandaag ons eerste fietstochtje gemaakt met ons drieën over de zeedijk naar Hansweert. Nu gaan wij straks nog naar het muziek op de markt.”




















