
Trekkermuseum Nisse bewijst: ‘‘Wie het kleine wél eert…’’
Algemeen 145 keer gelezenNisse – Trekkermuseum Nisse ontving deze maand als een van de veertien musea subsidie van provincie Zeeland. Met een bedrag van 3.764 euro is het de kleinste toekenning, maar voor het museum zelf zeker niet de minste. Het museum, onderdeel van de stichting Oldtimer Trekkers en Motorenclub Midden Zeeland (OTMMZ), heeft grote plannen met het bedrag.
Door Hanna Ippel
Voorzitter Rinus van ’t Westeinde is er trots op dat het museum van geen organisaties afhankelijk is. Alles wat er te zien is, ‘‘is van de club.’’ De subsidie van de provincie is daarmee een zeldzame bijdrage van buitenaf. ‘‘Alleen de dorstkast (dorsmachine voor graan) zijn deels gesubsidieerd en gesponsord.’’
‘‘Het kleinschalige koesteren’’
Zelf is Van ’t Westeinde Statenlid voor het CDA en was hij jarenlang fruitteler in Nisse, later ook voorzitter van de minicampings landelijk en sinds kort raadslid in de gemeente Borsele, “maar nooit met eigenbelang.’’ Hij houdt van nieuwe uitdagingen en geniet van het bestuurlijke vrijwilligerswerk voor OTMMZ. Zijn netwerk blijkt waardevol: samen met een medebestuurslid kreeg hij de subsidieaanvraag rond. Met de huidige subsidieregeling zijn ook middelgrote en kleine musea aan de beurt voor overheidsgeld.
‘‘Ieder museum vertelt zijn eigen Zeeuwse verhaal. Dat moeten we behouden en versterken. Daarbij heb ik grote waardering voor de vele vrijwilligers, want veel musea draaien op hun inzet en enthousiasme,’’ aldus gedeputeerde Harry van der Maas. Het Trekkermuseum draait op zo’n veertig vrijwilligers, vertelt Van ’t Westeinde. Als kleinschalig museum ‘‘kun je niet alles oppakken en moet je kritisch zijn in wat je wél doet.’’ De subsidie is ‘‘een stukje waardering voor het vrijwilligerswerk om het kleinschalige te eren en te koesteren.’’
Op weg naar vernieuwing
Een voorwaarde voor de eenmalige subsidie is dat musea lid worden van de Vereniging Zeeuwse Musea. Dat de regeling samenwerking stimuleert, vindt Van ‘t Westeinde een grote meerwaarde. Het Trekkermuseum wil vernieuwen en hoopt met het ‘‘kleinste geldbedrag’’ een digitafel aan te schaffen. Momenteel zijn er geen schermen in het museum, maar er liggen plannen om meer te doen met digitale presentatie. Het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp, dat daar wel ervaren in is, ‘‘wil ons digitaal wegwijs maken,’’ zegt Van ‘t Westeinde. Daarmee voldoet het museum aan meerdere doelen van de subsidieregeling. Het doel van de digitafel is om het museum aantrekkelijker te maken voor bezoekers: meer informatie in een mooie presentatie.
‘‘Maar,’’ benadrukt Van ‘t Westeinde, ‘‘we staan echt nog aan het begin.’’ Er zijn plannen voor verdere ontwikkeling en themabijeenkomsten, maar het blijft ook een vereniging. De OTMMZ telt momenteel 284 leden: het jongste lid is zestien en het oudste in de negentig. ‘‘En we hebben de laatste tijd ook veel jonge leden en dames erbij,’’ zegt Van ‘t Westeinde trots. OTMMZ is een actieve vereniging met grote ledenbetrokkenheid. Bij de rondritten met motoren en trekkers door Zeeland wordt traditiegetrouw altijd de ochtend gestart ‘‘met koffie en een bolus.’’
De subsidie? Die viert de vereniging ‘‘als het digitale helemaal klaar is.’’ En wellicht volgens gewoonte met koffie en een bolus.




















