
Zeehonden duiken steeds vaker op bij Borsele, maar populatie blijft kwetsbaar
Algemeen 88 keer gelezenBorsele - Aan de randen van Borsele groeit het leven. Eind mei en begin juni start de geboortegolf van de gewone zeehond, een periode waarin de eerste pups op de zandplaten verschijnen. Toch gaat dat nieuwe leven niet zonder risico’s. Afgelopen week werd bij Hoedekenskerke een dode pup gevonden. Hoewel de populatie groeit, stijgt ook het aantal meldingen van dieren in de problemen.
Door Hanna Ippel
Vlak voor Hoedekenskerke ligt de Brouwerplaat, een zandbank waar al jaren zeehonden rusten en jongen krijgen. Ook bij de Rug van Baarland in de Slikken van Everingen neemt het aantal dieren zichtbaar toe. Niemand ziet dat van zo dichtbij als Jaap van der Hiele, voorzitter van ReddingsTeam Zeedieren (RTZ). Dagelijks krijgt hij zo’n twintig meldingen binnen op zijn telefoon: van verzwakte pups tot volwassen dieren die hulp nodig hebben. Hij kent de Zeeuwse kustlijn én haar bewoners als geen ander. Al meer dan dertig jaar zet hij zich in voor zeedierenleed.
Nu het geboorteseizoen is aangebroken, doen vrijwilligers van RTZ steekproeven langs de kusten. Dat gaat anders dan de officiële tellingen van Rijkswaterstaat en de Provincie Zeeland. ‘‘Rijkswaterstaat telt elke maand vanuit een vliegtuig alle zeehonden in de Zeeuwse wateren. De provincie telt drie keer: minimaal twee keer in juni en één keer in juli, want dat is het geboorteseizoen,’’ legt Van der Hiele uit. De tellingen zijn onderdeel van Natura 2000-beleid: er moeten minimaal 500 zeehonden in de Zeeuwse wateren zitten om de populatie als stabiel te beschouwen. ‘‘Maar,’’ benadrukt hij, ‘‘is de kwaliteit goed of is de kwantiteit goed? Dat is een groot verschil.’’
De geschiedenis laat zien hoe kwetsbaar de soort is. In 1988 en 2002 werd de populatie zwaar getroffen door twee grote virusepidemieën; tijdens beide uitbraken stierf een derde van de zeehonden. In 1993 telde de Westerschelde nog maar vijf dieren. Na 2002 herstelde de populatie opvallend snel. ‘‘Er kwam een boost van de grijze en de gewone zeehond,’’ zegt Van der Hiele. Toch blijft hij kritisch: ‘‘Nu zie je dat één op de drie pups in de Westerschelde het niet redt.’’ Om de populatie stabiel te houden, zijn jaarlijks 200 geboortes nodig. ‘‘Dit jaar zijn er al vijftig dode zeehonden gemeld in Zeeland, volwassen en pups, met uitzondering van Schouwen-Duiveland. Vorig jaar waren dat er 125.’’
RTZ telde vorige week maandag negentig zeehonden op de Brouwerplaat, waaronder twee moeders met pups. Na ongeveer drie maanden zijn deze jonge dieren extra kwetsbaar voor longworminfecties, een veelvoorkomende aandoening in het eerste levensjaar. Na vier weken zoogtijd laat de moeder haar pup achter: ‘‘dan is het mooi geweest.’’ Vanaf dat moment moet de pup zelf op zoek naar vis. Dat valt voor de jonge pups niet mee. Veel pups raken ondervoed hebben en daardoor een grote kans op longwormen. ‘‘Een zieke pup is te herkennen aan moeizame ademhaling, een bolle rug en soms een bebloede bek. Wie zo’n dier ziet, mag dat melden,’’ aldus Van der Hiele.
Of de Zeeuwse zeehondenpopulatie dit jaar stabiel blijft, ‘‘weet je pas als je een volledig jaar hebt geteld. Vanaf 1 juni tel je tot 1 juli het jaar daarop. Dan zie je hoe de populatie zich heeft ontwikkeld.’’



















