
‘‘Van onpersoonlijke Excellijst naar spelende en ontwikkelende kinderen’’
Algemeen 210 keer gelezenHeinkenszand – In Heinkenszand is sinds begin februari een tijdelijke noodopvang voor asielzoekers geopend. De locatie biedt plaats aan honderd mensen en blijft dertien maanden in gebruik. In Nederland hebben alle kinderen recht op onderwijs, ongeacht verblijfsstatus. Gemeenten moeten daarom zorgen dat nieuwkomers binnen drie maanden naar school kunnen.
Door Hanna Ippel
Om aan die plicht te voldoen, legde gemeente Borsele al in januari bij scholen in de regio de vraag neer om onderwijs te bieden aan nieuwkomers. In afstemming met andere schoolbesturen bood scholengroep Omnis Kindcentra aan die taak op zich te nemen. Binnen vier maanden lukte het Omnis passend onderwijs voor deze kinderen te realiseren. Sinds de meivakantie zijn er 25 leerlingen ingestroomd op basisschool De Reiger in Heinkenszand.
Veel kinderen in noodopvang
Volgens locatieleider Richard Driedijk sloot de komst van de nieuwkomers aan bij de ervaring die De Reiger al had met een taalklas voor statushouders. Toch was deze nieuwe opgave groter dan voorheen: geen zeven leerlingen, maar een hele groep waarvoor extra personeel nodig was. Pedagogisch beleidsmedewerker Joey de Vriend noemt het “vrij uniek, omdat het niet vaak voorkomt dat er zoveel kinderen in één noodopvang verblijven.” In februari overlegde de school met de gemeente, de noodopvang en een regiocoördinator van OCW. “Je kan geen ijzer met handen breken,” zegt Driedijk. “En kwaliteit gaat boven snelheid.”
De Reiger kreeg van het COA een Excel-namenlijst, maar “dat aantal zegt niks”, aldus Driedijk. Daarom deden de nieuwe coördinatoren Nina Hamelink en Elselien van der Sterren eind maart intakes op de noodopvang om de ondersteuningsbehoeften van de kinderen in kaart te brengen. Ook de medezeggenschapsraad werd vanaf het begin betrokken. Ouders ontvingen maandelijkse updates en een brief waarin stond dat de onderwijssituatie voor huidige leerlingen niet zou veranderen. Zowel de raad als de ouders stonden en staan er volgens de school positief tegenover.
‘‘Echt wennen in het begin’’
Uiteindelijk lukte het om op tijd verschillende personeelsleden te vinden, zowel leerkrachten als ondersteunend personeel. In de eerste twee weken werd een tolk ingezet. Hamelink benadrukt dat deze tolk ook bij de intakes aanwezig was en de nieuwe leerlingen in hun eigen taal op hun gemak kon stellen. “Dat doet heel veel op een eerste schooldag: als je in je eigen taal kunt zeggen ‘ik vind het spannend’, is dat voor een leerkracht ook fijn.” Toen de tolk vertrok, begon voor de kinderen het gestructureerde schoolleven.
Elke dag van 8.30 tot 14.00 uur naar school: “Echt wennen in het begin, vooral voor de kleuters,” aldus Driedijk. Maar ook de oudere kinderen van zes tot elf jaar moesten flink wennen. Omdat zij nooit structureel onderwijs hebben gehad, was dat een grote overgang. Het onderwijs in de eerste weken begint bij deze leerlingen “heel basic”, zegt Hamelink. “Je jas ophangen en erop kunnen vertrouwen dat hij blijft hangen, zelfs als het luchtalarm klinkt en je niet hoeft weg te duiken.” Door elke dag hetzelfde ritme te bieden, wil de school een veilige en voorspelbare omgeving creëren.
Routine en structuur
Ondanks de korte tijd dat de nieuwe leerlingen op school zijn, zien de locatieleider en de coördinatoren dat zij snel hun draai vinden. “Structuur zorgt ook voor voorspelbaarheid,” legt Hamelink uit. “Tot nu toe zaten ze de hele dag zonder voorspelbaarheid. En er zijn ook kinderen van tien jaar die nooit naar school zijn geweest; dan moet je uitleggen wat een pen is.” De nieuwkomersklassen zijn groepen waarin taalverwerving en het wennen aan het Nederlandse onderwijssysteem centraal staan. Het doel is dat deze kinderen kunnen doorstromen naar regulier onderwijs. Inmiddels weten ook de kleuters wat er van hen wordt verwacht. “Als de juf praat, dan moet je luisteren,” zegt Hamelink. De school geeft daarnaast klankonderwijs. “Dat helpt om beter tot lezen of tot spelling te komen in de ochtenden’’, aldus Van der Sterren. In de middagen “zijn ze vaak bezig met creatieve activiteiten en spelend leren.”
Kinderen en taal centraal
Minister Thierry Aartsen zei vorige week tegen NU.nl dat 60 procent van de statushouders vijf jaar na statusverlening moet werken en dat taalonderwijs zo vroeg mogelijk moet beginnen. De Reiger laat weten zich niet op de politieke discussie te richten, maar op wat kinderen nodig hebben: zich thuis en welkom voelen en de taal leren. Ook voor ouders is taal essentieel, zegt Hamelink: “Taal is de sleutel tot groei en succes, om weer verder te kunnen met je leven.” Driedijk, De Vriend, Hamelink en Van der Sterren zijn trots op wat de school binnen vier maanden heeft gerealiseerd. De Vriend ziet de meertaligheid, “geen anderstaligheid”, als een rijkdom waar “we heel veel van kunnen leren.” Van der Sterren vindt het waardevol dat de leerlingen ogenschijnlijk goed in hun vel zitten. Driedijk benadrukt tot slot hoe bijzonder het is “hoe je in zo’n korte tijd van een onpersoonlijke Excellijst naar spelende en ontwikkelende kinderen gaat.”




















