
Hulpdiensten behouden doorgang tijdens blokrijden in Westerscheldetunnel
Algemeen 134 keer gelezenZeeland - Hoe blijven hulpdiensten de Westerscheldetunnel bereiken wanneer vanaf mei het blokrijden van start gaat? Volgens de tunnelorganisatie verandert er voor spoedritten vrijwel niets: zij kunnen de tunnel in beide richtingen blijven gebruiken.
Bij blokrijden wordt één rijstrook in de Westbuis afwisselend per uur opengesteld voor verkeer richting Terneuzen of richting Borssele. De andere rijstrook blijft vrij. Daardoor kunnen ambulances, brandweer en politie altijd doorrijden, ook wanneer zij tegen de ingestelde rijrichting in moeten. Spoedritten met blauw licht rijden in principe met de verkeersstroom mee, maar kunnen zo nodig gebruikmaken van de vrije rijstrook.
Het risico op vertraging is volgens de organisatie klein. Hulpdiensten rijden aan via calamiteitenroutes die vrij zijn van regulier verkeer. De procedures zijn erop ingericht om responstijden stabiel te houden.
Dagelijks gaan gemiddeld vijf spoedritten door de tunnel, aanzienlijk meer dan in de beginjaren. Dat komt door intensievere samenwerking tussen ziekenhuizen en de verdeling van specialismen. Hulpdiensten melden zich vooraf bij de verkeerscentrale, waarna een tolpoort wordt vrijgemaakt zodat zij zonder oponthoud kunnen doorrijden.
Ook bij incidenten in de tunnel zelf blijft de inzet mogelijk. Normaal rijden hulpdiensten via de Oostbuis naar een incident in de Westbuis. Tijdens de vier maanden durende reparatie aan de Oostbuis blijft die route grotendeels bruikbaar, omdat de werkzaamheden plaatsvinden aan de Borssele-zijde van de buis.
Volgens de tunnelorganisatie is er dus rekening gehouden met zowel rijdende spoedritten als incidenten in of rond de tunnel.




















